zondag 19 december 2010

De Bende goes Brussel

Zij die denken dat de Bende alleen de oude cafeetjes in de Kempen verkent, hebben het mis. Wanneer het gaat over authentieke oude cafés waar goed bier en eten geserveerd wordt, zijn er voor ons geen grenzen.
Vandaar dat we tijdens deze kerstperiode Brussel gingen verkennen.
We  hadden verzamelen geblazen bij “Piet Konijn”, ons allerbeste stamcafé om van daar de trein te nemen naar onze hoofdstad. We kwamen aan in het Zuidstation, vanwaar we onze tocht naar het plein van de Marollen inzetten. Hier is het alle dagen rommelmarkt.In de zomer is het daar altijd een gezellig drukke bedoening. Nu met het winterweer was het wat rustiger. 


We hebben bij het authentieke cafeetje “Chez  Marcel” aan het plein onze eerste stop gehouden. Dit is een echt volkscafé waar nog geen toeristen komen, enkel de plaatselijke bewoners. Het is ook het stamcafé van de Brusselse Moestasjeclub, wat aan Marcel ook wel te zien is . Zoals het in een echt volkscafé past, praat iedereen er met iedereen, dus knoopten we al gauw een gesprek aan. Het valt al direct op dat de echte Brusselaars vriendelijke en behulpzame mensen zijn.
Ze staan direct klaar om ons de weg te wijzen naar ons volgende café.  We passeren nog even lang Mie Caracol (80 jaar jong).   Ze verkoopt al meer dan 50 jaar met een lengte voorsprong de beste karakollen van de stad.
Elke namiddag is haar kraampje open. We waren spijtig nog iets te vroeg: een leeg kraam. Geen probleem. We zetten onze tocht verder naar  het volgende straffe volkscafé.


Het “Goudblommeke in Papier”. Dit is een café met een beroemd verleden. Hier vonden de boegbeelden van het Brusselse surrealisme elkaar, zoals René Magritte, Louis Scutenaire, Marcel Mariën ... Ook later kwamen kunstenaars en schrijvers er regelmatig over de vloer. Het café is nog steeds een artistiek en literair trefpunt. Een prachtig oud interieur (volgens de meeste Kloefkappers het mooiste van de dag) en een goede bierlijst. We hebben er een nieuw biertje getest, het Zinnebier van de Zennebrouwerij. Het wordt gemaakt door twee jonge Brusselse bierbrouwers die een enorme passie hebben voor hun vak. Resultaat: een stevig gehopt biertje voor de echte liefhebber.
Dan  verder richting Grote Markt. We passeerde nog even langs Manneken Pis en volgens onze penningmeester was het maar een kleintje. Op naar de Poechenellekelder. Enkele treden omhoog treed je het overbekende biercafé binnen. In de kelder speelden de poechenellen of oude marionetten in vroegere tijden de hoofdrol in de theatervoorstellingen.  Ook in het druk aangeklede interieur van het café zijn de poppen massaal aanwezig. Van de indrukwekkende bierlijst (200 soorten) kozen we een speciaal kerstbiertje van ’t vat: Saint Feuillien Cuvée de Noël, om in de sfeer te komen.

Ondertussen hadden we honger gekregen, natuurlijk. Nu naar een echte chique  zaak. De "Taverne du passage", verscholen in de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen, lijkt onwankelbaar. Zijn antieke inrichting (art deco) en zijn kelners met stijf wit hemd met gouden epauletten getuigen ervan. Onze voorzitter kende iets speciaals. De Tete de Veau, een echte Brusselse specialiteit. Kalfskop! Alles van de kop in één pot samen met patatjes in een soort tomatenroomsoep. In deze chique zaak zette men de grote pot op tafel, zoals het hoort als de Bende langskomt. Smullen maar ! Van al dat eten krijg je dorst. Daarom zijn we verder getrokken naar ons volgende  oude cafe.


Au Bon Vieux Temps”. Het heeft een prachtig antiek interieur en voor de liefhebber hebben ze Westmalle van’t vat. We hadden het geluk om de bazin Maria te ontmoeten. Zelf staat ze al lang niet meer achter de tap, dat laat ze aan jonger en mooier volk over.  Maar ze maakt tijd voor een praatje met de klanten en ze had voor ons nog een paar adressen van, je raadt het al, echte oude cafés in de buurt.

Op aanraden van Maria trokken we naar “La Becasse”. Een oud Geuzecafé.  Hier hebben ze Lambik Timmermans van ’t vat, geserveerd in stenen kruiken.
Volgende tip van Maria: “Le Cirio”. Het café Le Cirio aan de Beursstraat is een van de laatste overblijfselen van de grote etablissementen in het centrum van de hoofdstad uit de tweede helft van de 19de eeuw. Het café dankt zijn naam aan zakenman en stichter van een voedingsbedrijf, Francesco Cirio. De zakenman had een keten van verbruikssalons over heel Europa. Le Cirio in Brussel is het enige dat nu nog overblijft. Het interieur van Le Cirio is deels in neo-renaissancestijl en deels in art-nouveaustijl ingericht. De drie binnenzalen van het café werden in 2009 beschermd, samen met het meubilair van het café (toog, banken, barkrukken) en de decoratie (behangpapier, plafond- en wandbetimmering, kroonluchters in smeedijzer, spiegels).


Volgende tip van Maria: “L'Image De Nostre-Dame”. Door een smal gangetje  komen we in een echt volkscafé in het achterhuis, met een zithoek en een authentieke keuken uit de 18 de eeuw betegeld met Delftse tegels. Echt prachtig. Hier voelden wij ons direct thuis en ze hadden hier toch wel Chimay van’t vat zeker!


Dan  naar “Toons theater”. Dit is een echt oud Spaans staminee met marionettentheater in het oud Brussels. Wil het weer lukken dat we de echte Toon daar tegen komen. Een karaktervolle fiere oude man in een monumentale kapmantel. Hij komt er niet veel meer want zijn zoon heeft letterlijk “de touwtjes” overgenomen. Voor de Kloef nam hij de tijd voor een babbel met onze spraakzame voorzitter.
Tijd om huiswaarts te keren. Maar niet voor we het licht- en klankspel op de grote markt bewonderd hadden. Van zodra het duister valt, projecteert men kerstfiguren met bijpassende muziek op de muren van het stadhuis. Echt wonderlijk mooi. Na een tussenstop in Leuven met nog snel een hapje en een drankje kwamen we terug aan bij ons stamcafé “Piet Konijn” in Booischot. 
Iedereen tevreden. Er worden al plannen gemaakt voor de uitstap kerst 2011.